Copán Ruinas, een mooi dorp
|
Copán
Ruinas is een dorp in het bergachtige westen van Honduras, zo'n
10 km van de grens met Guatemala. De straten zijn van hobbelkeien
en de meeste huizen zijn gebouwd in een typische koloniale stijl
die nog over is gebleven uit de tijd dat de Spanjaarden de baas
waren in het land: De huizen van één verdieping hebben
dikke muren gebouwd met blokken van adobe (een soort baksteen van
modder). Voor de ramen zit mooi gedraaid traliewerk. De witte gestucte
muren, de rode dakpannen en de bijna altijd helderblauwe hemel geven
het dorp een vrolijk aanzicht.
|
Er wonen 7.000 mensen
in het dorp van wie bijna de helft kinderen zijn van onder de
12 jaar. In de hele gemeente wonen 30.000 mensen. De meeste mensen
wonen dus in één van de 88 kleine dorpjes rondom
Copán Ruinas. Sommige dorpjes zijn zo klein dat ze maar
uit een paar huizen bestaan. Een aantal dorpen zijn makkelijk
te bereiken omdat ze vlak aan de weg liggen. Andere plekken zijn
juist moeilijk bereikbaar, zeker in de regentijd wanneer de rivieren
uit hun oevers treden.
De groene stippen zijn kleine dorpjes waar de indiaanse Maya Chortí
(spreek uit: Tsjor-tíe) bevolking woont. De rode stippen
zijn dorpjes waar de latino bevolking woont, oftewel mensen
met gemendg spaans en indiaans bloed. De hele gemeente is van
het noorden naar het zuiden maar zo'n 60km lang. Maar omdat de
wegen zo slecht zijn, ben je wel zo´n vier uur onderweg!
|
|
|
|
|
Copán Ruinas is een arme gemeente
|
|
Copán
Ruinas is een van de armste gemeentes van het land. Dat zou je niet
zeggen als je rondloopt in Copán Ruinas, want dat is een heel
mooi dorp. Er zijn veel restaurants, hotels en souvenirwinkels. Copán
Ruinas heeft namelijk een heel groot voordeel over andere gemeentes
in het land: het is een toeristische attractie! Niet zozeer het dorp
zelf, maar de oude Maya ruïnes die net buiten het dorp liggen. Deze
ruïnes worden jaarlijks door honderdduizenden toeristen van over de
hele wereld bezocht.
|
|
Dus
waarom is Copán Ruinas dan toch één van de
armste gemeentes in het land? Tja, dat is een goede vraag. De laatse
jaren gaat het een beetje beter, maar vroeger was het echt pure
armoede. Om te begrijpen hoe dat zit moeten we een paar stappen
terug gaan in de geschiedenis van Copán. Niet alleen Copán,
trouwens, dit geldt voor heel veel landen in Latijns Amerika!
|
|
|
De Maya Chortí
indianen
|
In Copán
woont een grote groep indianen van de Maya Chortí stam. Je
hebt waarschijnlijk wel eens van Maya indianen gehoord. De meesten
wonen in Mexico en Guatemala, maar dus ook een aantal in Honduras.
Deze mensen zijn zo'n beetje de allerarmsten in de hele gemeente.
Dat komt omdat er jarenlang op hun neergekeken werd. Mensen vonden
dat de Maya Chortí niks waard waren omdat het maar indianen
waren. En natuurlijk werden ze ook flink uitgebuit door de landbezitters
en moesten ze op hun koffieplantages werken voor bijna niks.
|
|
|
Tegenwoording
schamen de Maya Chortí zich er iet langer voor dat ze indianen
zijn. Ze zijn er zelfs trots op. Beetje bij beetje zijn ze bezig
om oude tradities en gewoontes weer op te pakken, die jaren lang
verboden was door hun bazen, de grootgrondbezitters. Dus het gaat
een beetje beter met de Maya Chortí, maar nog niet heel goed.
Hun grootste probleem is dat ze geen land hebben. Dat is wel een
beetje raar, als je nagaat dat het hun voorouders waren die de ruïnes
hebben achtergelaten die nu juist zoveel geld in het laatje brengen.
|
|
Dat vinden
ze in de regering eigenlijk ook wel, en na lang actie voeren van
de Maya Chortí krijgen ze dan eindelijk van de overheid wat
stukjes land. Tevreden? Niet helemaal, want vaak zijn de stukken
land die ze toegewezen krijgen volkomen nutteloos. Op papier ziet
het er allemaal mooi uit (dat vind de president ook, die vol trots
aan zijn buitelandse collegas verteld dat 'ie honderden hectares
land heeft overhandigd), maar als jouw toegewezen stukje land niks
anders is dan een stijl ravijn, wat moet je daar mee?
|
|
|
|
|
Tijd om naar school te gaan!
|
|
Naar
school gaan is een recht van ieder kind. Ook in Honduras. Daarom
heerst er ook leerpicht. Iedereen moet van de regering zes jaar
naar de lagere school en drie jaar naar de middelbare school. Gebeurt
dat ook? Nee. Helaas niet. In het dorp Copán Ruinas valt
het allemaal nogal mee. Er zijn drie lagere scholen. De grootste
school, de openbare school Juan Ramón Cueva, heeft
zelfs zoveel leerlingen dat ze bij langen na niet allemaal tegelijk
in het gebouw passen. Vandaar dat ze toerbeurten hebben ingesteld.
De ene groep kinderen gaat van 7.00 uur 's ochtends tot 12 uur,
en dan komt de volgende groep binnen die tot 5 uur 's middags les
heeft. In iedere klas vindt je zo'n 40 kinderen. Veel materiaal
is er niet. De regering zorgt voor het gebouw, de boeken en de tafels
en stoelen. Alle andere dingen moeten door de leerlingen zelf aangeschaft
worden, zelfs een bezem om het lokaal te vegen!
|
|
In
de dorpjes rondom Copán Ruinas is de situatie veel slechter.
Vaak is er maar één leraar voor zestig leerlingen,
en dan ook nog verdeeld over groep 3 tot 8! Probeer je dan ook
nog eens voor te stellen dat je met je 59 klasgenoten in een klein
rotlokaaltje zit, zonder electriciteit en met z´n drieen
aan één klein bureautje! Geen spelletjes, geen mooie
pakken viltstiften, geen knutselhoek en al helemaal geen televisie
of computers! Vaak hebben de kinderen niet eens een rugzakje of
een schrift. En wat dacht je er van om vijf uur lang les te hebben
met een rammelende maag omdat er voor de zoveelste keer niet genoeg
eten in huis was om ontbijt te maken?
|
|
|
|
|
Favoriet eten in Copán
|
Het
eten in Honduras is heel anders dan in Nederland. Wij eten ’'s
ochtends een boterham met jam of kaas, tussen de middag nog eens
hetzelfde en 's avonds een warme maaltijd met groente, vlees en
aardappelen. Brood en aardappelen zijn voor ons de belangrijkste
voedingsmiddelen die onze maag vullen. De rest is voor vitaminen
en mineralen. Voor de Hondurezen is dat maïs. Bij iedere maaltijd
eten ze tortillas (tor-tíejaas), kleine pannekoekjes
gemaakt van maïsmeel. Het ontbijt is meestal een paar tortillas
met wat bruine bonene en soms een beetje roerei. De lunch is de
belangrijkste maaltijd. Dan eten de Hondurezen rijst, bonen, bakbananen,
ei of een stukje vlees. En 's avonds alweer die bonen, soms met
een stukje droge, witte kaas en room.
|
|
|
|
|
| De
meeste mensen op het platteland eten bijna geen vlees want daar is
geen geld voor. Kippen worden alleen geslacht voor een heel bijzondere
gelegenheid. Sommige kinderen eten dagen achter elkaar niets anders
dan wat tortillas met bonen. En natuurlijk dat wat ze zo van de bomen
plukken: mango s, bananen, avocado s, mandarijnen, sinasappelen
en grapefruits. Verder eten de Hondurezen graag watermeloen, pompoen,
tomaten en paprika s. |
|
|
|
En hier is:
Alberto!
|
|
|
Kinderen
zijn kinderen. Overal ter wereld vind je kinderen die verstoppertje
spelen, die touwtje springen of geen zin hebben om hun huiswerk te
maken. Wat maakt kinderen in Honduras dan zo anders? Laten we het
zo zeggen, het zijn niet de kinderen die anders zijn, maar de manier
waarop ze leven.
|
Kijk maar eens naar
het leven van Jesús (Geezoes) Alberto. Hij is achtjaar
oud en woont met zijn familie in een klein dorpje net buiten Copán
Ruinas dat La Pintada heet. Het ligt boven op een berg en heeft
een fantastisch uitzicht over de ruïnes van Copán.
Het huis van Alberto is maar een hutje, gemaakt van houten palen
waar modder tussen gesmeerd is. Het dak is van riet, wat een beetje
vervelend is, want het lekt als het hard regent en bovendien vinden
allerlei enge beesten, zoals spinnen en schorpioenen, het heerlijk
om daar een nest te maken. Echte bedden staan er niet in dit huis.
De vader van Alberto heeft twee bedden gemaakt met een frame van
palen en daar tussen zijn bananenbladeren geweven. In het ene
bed slapen zijn vader en moeder met de twee kleinste kinderen.
In het andere bed slaapt Alberto met zijn jongere broertje, zijn
oudere broer en zijn zusje.
|
|
|
|
|
Alberto wordt
wakker
|
Als
Alberto om half zes wakker wordt, is zijn moeder al en tijdje op.
Ze is dan al naar de beek gelopen om water te halen en is bezig
met het malen van de maïs om tortillas te maken. Alberto
trekt zijn enige broek en shirt aan en gaat naar buiten om een afgelegen
plekje te zoeken om zijn behoefte te doen. Als hij terugkomt, vraagt
zijn moeder of hij meer water wil gaan halen voor koffie. Alberto
zucht, maar er zit niks anders op. "En was meteen je oren als
je bij de beek bent!" roept zijn moeder hem na. Alberto pakt
een plastic kruik op en daalt het steile pad af naar de beek. Eigenlijk
vind hij dit klusje niet zo erg. Het is mooi hier, zo 's ochtends
vroeg, denkt hij, als hij langzaamaan afdaalt in de nevel die boven
de beek zweeft. De vogels fluiten er op los en een paar konijnen
rennen verschrikt weg. Als Alberto bij het water aankomt, vult hij
de kruik en wast zijn gezicht in de beek. Eigenlijk zou hij als
zijn kleren uit moeten trekken en zich echt goed wassen, zoals zijn
moeder hem zo vaakt zegt, maar het is best fris deze ochtend en
Alberto heeft er niet zo'n zin in. Dus spettert hij hier en daar
wat water, maakt zijn haar nat en treuzelt op de weg naar boven
zodat zijn moeder denkt dat hij zichzelf een gote beurt heeft gegeven.
|
|
 |
Alberto's moeder heeft
het vuur in de hoek van de hut al aangestoken en giet het water
uit de kruik in een grote pan die over het vuur hangt. Er gaat wat
koffie in, wat suiker en dan begint ze tussen haar handen balletjes
deeg te kneden tot tortillas, alsof ze handje-klap aan het
spelen is. De tortillas die klaar zijn, legt ze op een rooster
boven het vuur. Ze draait ze net zolang om en om tot ze gaar zijn.
Dan is ook de koffie klaar. Alberto zoekt een bord, krijgft twee
tortilla's met bonen en een stomende kop koffie. Lekker!
Dan is het tijd om naar school te gaan. Alberto zoekt zijn enige
schrift en afgekloven potlood bij elkaar. Hij maakt zich zorgen,
want het schrift is bijna vol en geld voor een nieuw schrift is
er niet. Hij hoeft het niet eens te vragen, want gisteren, toen
hij op zijn kop kreeg van de leraar omdat hij zonder schoenen naar
school kwam, vroeg hij om een nieuw paar, want de oude waren twee
maten te klein en al helemaal afgelopen. “"Misschien
aan het eind van de maand", zei zijn moeder, "als je vader
werk vindt, tenminste". Zucht. Nou ja. Gelukkig kan Alberto
zonder schoenen net zo goed voetballen als met, en hij is van plan
zijn makkers eens flink in te maken vandaag!
|
|
|
|
Ontwikkelingshulp
|
|
Omdat
arme landen het behoorlijk moeilijk hebben, worden ze vaak geholpen
door rijkere landen. Dit heet ontwikkelingshulp en het gaat er om,
zoals het woord al zegt, dat het land zich ontwikkelt. Zo kun je
in een land waar honger heerst wel duizenden mensen te eten geven,
maar als het eten op is, begint het probleem weer van voor af aan.
Het gaat er om dat de oorzaak van het probleem wordt aangepakt en
dat de mensen uiteindelijk zichzelf kunnen redden. In plaats van
iemand een vis te geven voor het avondeten, is het beter iemand
te leren vissen. Dan heeft hij iedere avond te eten!!
Er wordt in de ontwikkelingshulp veel andacht besteed aan de gezondheidszorg.
Er komen vaak dokters uit rijke landen om de arme mensen in Honduras
te helpen. Maar het is eigenlijk nog veel beter als die westerse
artsen helpen met het opleiden van dokters uit Honduras. Dan kunnen
die dokters hun eigen landgenoten helpen en zijn ze niet zo afhankelijk
van buitenlandse hulp. Zo´n manier van helpen heeft op lange
termijn veel meer invloed, oftewel, het is een duurzaam project.
Als er een natuurramp gebeurt in een land als Honduras is het natuurlijk
belangrijk dat er onmiddelijk eten en medicijnen komen. Maar uiteindelijk
geeft duurzame ontwikkelingshulp meer resultaat.
|
 |
|
De
organisatie Arte Acción, oftewel "kunst in
actie", doet aan een hele bijzondere vorm van ontwikkelingshulp.
Arte Acción organiseert allerlei leuke activiteiten
voor kinderen, zoals schilderlessen, fotografieworkshops, theatervoorstellingen
en videoproducties, gemaakt voor en door kinderen. Het is waar,
een tekenles vult de maag niet en van een middagje acrobatiek raak
je heus niet van je parasieten af, maar je wordt er wel vrolijk
van! Veel kinderen in Honduras moeten hard werken thuis. Ze helpen
voor jongere broertjes en zusjes te zorgen, zoeken brandhout, verkopen
tortillas op straat of werken op het land. Maar bij Arte Acción
kunnen ze weer een paar uurtjes kind zijn en lekker genieten van
echte kinderdingen
Veel kinderen in Honduras hebben geen hoge pet van zichzelf op.
Ze zijn arm, ze hebben nauwelijks kleren om het lijf en vaak hebben
ze de grootste moeite met lezen en schrijven. Maar in de kunst maakt
dat allemaal niet uit! Iedereen kan lekker met krijtjes aan de slag!
Daar hoef je niet rijk voor te zijn! En dus helpt de kunst om deze
kinderen een beetje meer zelfvertrouwen en eigenwaarde te geven.
Door lekker te schilderen of met een fotocamera bezig te zijn, leren
de kinderen de wereld op een andere manier te bekijken. Als je je
fantasie gebruikt, kun je van alles bereiken! Door de kunst wordt
je inbeeldingsvermogen groter, en dat heb je nodig om over bijvoorbeeld
de toekomst te dromen. En dat is belangrijk, want zonder dromen
is er geen hoop voor de toekomst!
|
|
|
| |